|
Tweede Wereldoorlog
Voor de tweede wereldoorlog woedde er een ongekende concurrentiestrijd tussen de drie "grote"
winkeliers in Rijnsburg, te weten: Mathot, De Mooy en Wolters. Suiker was een echt vechtartikel.
Per strooifolder, die allen bij Verhagen werden gedrukt, ging de suiker per halve of hele cent
per kilo omlaag. De oorlog maakte een eind aan deze concurrentieslag zoals aan zoveel andere
zaken. De kranten werden verboden door de Duitse bezetter.
Wel is nog even getracht een regionaal weekblad genaamd ‘Rijnland West’ uit te geven, maar ook
dat was geen lang leven beschoren. Omdat Verhagen zijn courantenpapier éénmaal per jaar inkocht,
waren de houten bollenstellingen, boven de werkruimte, volgestouwd. Dat was een uitkomst toen de
papierschaarste voelbaar werd. De gehele oorlog door kon Verhagen allerlei soorten drukwerk
leveren, al was het gedrukt op courantenpapier (55 grs/m2),
dus zwaarder dan het 48,8 of 45 grs/m2 van tegenwoordig. De nood maakte heel eigenaardige
drukwerkjes noodzakelijk.
Zo werden er bijvoorbeeld sigarettenverpakkingen gedrukt en geplakt. Ook hadden kappers, die
vooral sigaren verkochten, hun eigen sigarenzakjes. Elektriciteit was er op de duur niet meer en
er werd weer ouderwets met de voet en met de hand gewerkt. Stilgestaan in de oorlog is er nooit,
en dat in tegenstelling tot veel andere drukkerijen.
Directeur Arie Verhagen, vooral sterk in de commercie. †.
Opbouw
De bevrijding betekende een ommekeer. “Herrijzend Nederland” werd de leus en er werd zelfs een postzegel
aan gewijd. Verhagen speelde daarop in en startte naast de inmiddels weer voortgezette De Rijnsburger en
de drukopdracht van de Oegstgeester Courant het weekblad ‘Bouwend Nederland’. Het was een landelijk
weekblad dat per post aan abonnees en adverteerders verzonden werd. Bouwend Nederland kon zich ondanks de
fraaie titel echter niet handhaven ten opzichte van het blad Cobouw, dat door een veel machtiger concern
werd uitgegeven. Technisch ging het bedrijf ook vooruit met de aanschaf van een Linotype-zetmachine in
1946. Met deze machine kon een productie van vijf- tot zevenduizend letters per uur gezet worden,
afhankelijk van de vaardigheid van de machinezetter. De prijs van de Linotype bedroeg f 24.000,-.
Om dit te betalen moest Verhagen zijn levensverzekering afkopen. Dus moest hij verder zelf weer zijn
eigen pensioen opbouwen. Dit is hem maar ten dele gelukt omdat de investeringen het geld grotendeels
opslokten. Verhagen werd toen hij zestig jaar was getroffen door een ernstige ziekte waardoor hij niet
meer in staat was te werken. "Een bedrijf opbouwen is het mooiste wat er is", was zijn ‘slotzin’ na een
leven lang zwoegen.
Directeur Christiaan Verhagen, bedreven in journalistiek en techniek.
De zonen Christiaan en Arie kwamen in het bedrijf en namen dit over voor de som van 80.000 gulden die met
f 200,- per week werd afbetaald. Dat is levenslang gebeurd, ook toen de f 80.000,- allang was afgelost.
De jeugd ging er hard tegenaan, naar het voorbeeld dat ze hadden meegekregen. Nieuwe kranten werden
opgericht zoals in het streng rooms-katholieke Leidschendam, in Voorschoten en in Leiderdorp. Van de
legendarische eigenaar J.C. Donk (de man waarvan Christiaan Verhagen o.a. het journalistieke vak leerde)
werd voor f 10.000,- de Oegstgeester Courant overgenomen. Omdat de Leidschendammer harder groeide dan het
technisch vermogen van Uitgeverij Verhagen werd deze krant verkocht aan de Westerpers in Den Haag
(f 35.000,-). De Voorschoter Courant werd later aan het Leidsch Dagblad overgedaan, eveneens
om productie-technische redenen. Getracht werd eerst, na de vergroting van de drukkerij met de twee
naastgelegen woonhuizen, met een tweedehands hoogdrukrotatiepers de toenemende productie het hoofd te
bieden. Dit was echter een flop die f 60.000,- kostte!
|