De grondlegger van Uitgeverij Verhagen is Jan Verhagen (1896). Op zeer jonge leeftijd, hij was pas een jaar of 12, werd hij vanuit Ermelo naar Alkmaar gestuurd naar een drukkerij (stempel) om daar als handzetter te gaan werken. Dit duidt op de armelijke omstandigheden die er thuis heersten.
Tijdens de eerste wereldoorlog van 1914-1918 - Nederland was neutraal - vervulde Jan Verhagen zijn militaire dienstplicht in Kijkduin. Na de demobilisatie trachtte hij een baan te vinden maar dat bleek bijzonder moeilijk. Uiteindelijk is hij in 1922 node begonnen met een eigen zeer kleine drukkerij op een schuurzolder in Loosduinen, die ook als slaapkamer diende. Zijn ‘machinepark’ bestond uit een tweedehands trapdegel (een drukpersje dat met de voet in beweging gezet werd) en hij werkte met tweedehands losse letters. In die periode werd ook met de Loosduinse Courant begonnen.
Het was een zware klus om die te vervaardigen. Er kon, vanwege het kleine formaat van de degel, slechts één pagina per drukvorm gedrukt worden. Daartoe moest het papier eerst gevouwen worden; dan kon eerst pagina twee gedrukt worden. Daarna pagina drie. Dan werd het papier teruggevouwen en konden pagina één en vier afzonderlijk gedrukt worden. Wilde Jan Verhagen vier pagina's tegelijkertijd gedrukt hebben dan moest hij uitwijken naar Den Haag. Hij deed dat met een "raam" waarin de vier pagina's met losse loden letters gekooid zaten, achterop zijn fiets vanuit Loosduinen naar Den Haag. Het is gebeurd dat hij vanwege de gladheid van de weg afgleed en de pagina's in "pastei" vielen. Een hoop losse letters van allerlei corpsen door elkaar. Op de vraag: "Wat hebt u toen gedaan?" was het antwoord: "Eerst een potje grienen". Daarna is de puinhoop weer in de letterkasten ‘gedistribueerd’. De krant is die week niet verschenen.
Omdat Loosduinen niet aan de verwachtingen voldeed werd uitgekeken naar een a
ndere, dynamischer, vestigingsplaats. Die werd gevonden in Rijnsburg, waar de bollen- en bloementeelt zich in opgaande lijn bevond. We schrijven dan 1927. Er werd ook direct begonnen met het weekblad De Rijnsburger, later gevolgd door Katwijks Weekblad. Ook vond de Oegstgeester Courant (als drukopdracht) onderdak bij "Drukkerij De Rijn"!
Tweede Wereldoorlog
Voor de tweede wereldoorlog woedde er een ongekende concurrentiestrijd tussen de drie "grote" winkeliers in Rijnsburg, te weten: Mathot, De Mooy en Wolters. Suiker was een echt vechtartikel. Per strooifolder, die allen bij Verhagen werden gedrukt, ging de suiker per halve of hele cent per kilo omlaag. De oorlog maakte een eind aan deze concurrentieslag zoals aan zoveel andere zaken. De kranten werden verboden door de Duitse bezetter. Wel is nog even getracht een regionaal weekblad genaamd ‘Rijnland West’ uit te geven, maar ook dat was geen lang leven beschoren. Omdat Verhagen zijn courantenpapier éénmaal per jaar inkocht, waren de houten bollenstellingen, boven de werkruimte, volgestouwd. Dat was een uitkomst toen de papierschaarste voelbaar werd. De gehele oorlog door kon Verhagen allerlei soorten drukwerk leveren, al was het gedrukt op courantenpapier (55 grs/m2), dus zwaarder dan het 48,8 of 45 grs/m2 van tegenwoordig. De nood maakte heel eigenaardige drukwerkjes noodzakelijk. Zo werden er bijvoorbeeld sigarettenverpakkingen gedrukt en geplakt. Ook hadden kappers, die vooral sigaren verkochten, hun eigen sigarenzakjes. Elektriciteit was er op de duur niet meer en er werd weer ouderwets met de voet en met de hand gewerkt. Stilgestaan in de oorlog is er nooit, en dat in tegenstelling tot veel andere drukkerijen.